Citaat | Hoge Raad 25 november 2016
Onder 2.5.4. Hoge Raad 25 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2667.
Dat heeft ook te gelden in een geval als het onderhavige, waarin een belanghebbende niet is opgekomen tegen een hem betreffende waardebeschikking, maar wel een verzoek heeft gedaan als bedoeld in artikel 40 Wet WOZ. Als de belanghebbende tegen het besluit op een dergelijk verzoek bezwaar maakt, dient de heffingsambtenaar dat bezwaar gelet op hetgeen hiervoor in 2.5.3 is overwogen bij uitspraak niet-ontvankelijk te verklaren. In de wet is immers niet voorgeschreven dat die beslissing door de heffingsambtenaar wordt genomen bij voor bezwaar vatbare beschikking. De belastingrechter en niet de algemene bestuursrechter is bevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de uitspraak die de heffingsambtenaar op een zodanig bezwaar heeft gedaan (vgl. HR 20 december 2013, nr. 12/02872, ECLI:NL:HR:2013:1797, BNB 2014/42, onderdeel 4.2.5).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/27443fd712ee9afc5303747a353efc42170b179661b3d80d9f5cba478e06eea6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 27443fd712ee9afc5303747a353efc42170b179661b3d80d9f5cba478e06eea6, en de alinea staat in dat document op bytes 10326 tot 11176.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/27443fd712ee9afc5303747a353efc42170b179661b3d80d9f5cba478e06eea6 | shasum -a 256