Citaat | Hoge Raad 25 november 2016
Onder 2.2. Hoge Raad 25 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2686.
In het onderhavige geval gaat het om stukken die door [klager 1] zelf zijn vervaardigd en waarvan hij stelt dat deze door hem zijn opgesteld voor (bespreking met) zijn raadsman en derhalve geheimhouderstukken betreffen die worden beschermd door het verschoningsrecht. De rechtbank verwerpt het betoog van de raadsman dat zijn standpunt dat de stukken geheimhouderstukken betreffen slechts in geval van evidente twijfel getoetst mag worden, nu het hier immers gaat om stukken die door [klager 1] zijn vervaardigd en die onder hem zijn aangetroffen en van de inhoud waarvan de raadsman (nog) geen wetenschap had en die ook niet aanstonds evident bedoeld bleken voor de raadsman (bijvoorbeeld middels adressering). In een dergelijk geval mag de stelling dat de stukken van bedoelde vertrouwelijke aard zijn, op haar aannemelijkheid worden getoetst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d1f9b1a3ffdb68ab4a5df1407bb12f65f82b5a75f2e694573645bbb5b16a2b32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d1f9b1a3ffdb68ab4a5df1407bb12f65f82b5a75f2e694573645bbb5b16a2b32, en de alinea staat in dat document op bytes 16283 tot 17141.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d1f9b1a3ffdb68ab4a5df1407bb12f65f82b5a75f2e694573645bbb5b16a2b32 | shasum -a 256