Citaat | Hoge Raad 25 november 2016

Onder 3.2.2 Hoge Raad 25 november 2016

Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2711.

Bij beschikking van 28 april 2016 heeft de rechtbank de bezwaren van betrokkene verworpen en het verzoek tot onmiddellijke invrijheidstelling afgewezen. De rechtbank heeft in die beschikking onder meer geoordeeld, samengevat weergegeven, dat het hiervoor in 3.1 onder (iii) vermelde verzoek de hiervoor in 3.1 onder (i) vermelde machtiging deed voortduren overeeenkomstig art. 48 lid 1, aanhef en onder b, Wet Bopz. Daarom kon volgens de rechtbank de onvrijwillige opname op 21 april 2016 nog plaatsvinden op grond van de hiervoor in 3.1 onder (i) vermelde machtiging, mits op het hiervoor in 3.1 onder (iii) vermelde verzoek ingevolge art. 14a lid 4 in verbinding met art. 9 lid 1 Wet Bopz uiterlijk op 13 mei 2016 zou worden beslist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9bd4e093363ea176e1f9e96ba5fdff3b1c9eb6ab9d757d3d6f6fdaa04644ba62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9bd4e093363ea176e1f9e96ba5fdff3b1c9eb6ab9d757d3d6f6fdaa04644ba62, en de alinea staat in dat document op bytes 9765 tot 10513.