Citaat | Hoge Raad 2 december 2016

Onder 2.3.3. Hoge Raad 2 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2712.

In het hiervoor in 2.3.2, laatste alinea, bedoelde uitzonderingsgeval zal de rechtbank een beslissing moeten nemen op het verzoek om vergoeding van immateriële schade. Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat de redelijke termijn is overschreden indien meer dan twee jaren zijn verstreken sinds de ontvangst van het bezwaarschrift door de inspecteur. De vergoeding zal in dat geval alleen toegekend kunnen worden voor immateriële schade als gevolg van overschrijding van de redelijke termijn voor zover toe te rekenen aan de procedure voor de rechtbank. De niet-ontvankelijkverklaring van de belanghebbende in diens beroep brengt mee dat het optreden van het bestuursorgaan in zoverre niet meer aan het oordeel van de rechter is onderworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e99aec9799571773ab844862b2ab5c3f9266347313c6fec046bd37075fdf6e4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e99aec9799571773ab844862b2ab5c3f9266347313c6fec046bd37075fdf6e4d, en de alinea staat in dat document op bytes 9420 tot 10180.