Citaat | Hoge Raad 2 december 2016

Onder 3.3 Hoge Raad 2 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2729.

Zoals in het bovenstaande al overwogen, kunnen de onderhavige vorderingen van de curator tot nakoming alleen al niet worden toegewezen omdat deze op de faillissementsdatum nog niet waren ontstaan en ook daarna niet meer zijn ontstaan. In zoverre mist art. 37 lid 1 Fw hier rechtstreekse toepassing. Echter, het hof ziet zich gesteld voor de rechtsvraag of uit het wettelijke systeem dat: (a) niet langer leidt tot de hierboven genoemde ontbinding van rechtswege en (b) leidt tot het verlies van het recht om nakoming te vorderen, dient te worden begrepen dat de gestelde verrijking zoals hier aan de orde niet als ongerechtvaardigd kan worden bestempeld. Daarbij is naar het oordeel van het hof relevant of de door de Hoge Raad gegeven uitleg van art. 37 lid 1 Fw inhoudt dat ook indien er sprake is van al wel ontstane (al dan niet opeisbaar geworden) vorderingen tot betaling van vóór de faillissementsdatum verrichte werkzaamheden, een curator het recht verliest nakoming daarvan te vorderen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab73aa910e3e6ffae4369f9af7137ecc2f871168c89b5fdcdb6ad79dd1b6dc6d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab73aa910e3e6ffae4369f9af7137ecc2f871168c89b5fdcdb6ad79dd1b6dc6d, en de alinea staat in dat document op bytes 16625 tot 17638.