Citaat | Hoge Raad 2 december 2016
Onder 3.6.1 Hoge Raad 2 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2729.
Vraag (a) ziet op het zich in deze zaak voordoende geval dat de gefailleerde een prestatie vóór de faillietverklaring slechts voor een deel heeft verricht en in verband daarmee de wederpartij de tegenprestatie voor die prestatie contractueel nog niet verschuldigd is geworden, terwijl de curator heeft verklaard de overeenkomst niet gestand te doen, in verband waarmee de prestatie van de zijde van de boedel niet wordt voltooid (zie hiervoor in 3.4 bij vraag (a) onder (i), (iii) en (v)). In dat geval brengt reeds de inhoud van de overeenkomst mee dat, vanwege het niet voltooid zijn van de prestatie door de gefailleerde, de tegenprestatie niet door de wederpartij verschuldigd is geworden, zoals het hof zelf ook in zijn derde tussenarrest overweegt (in rov. 10.2.2 en 10.3.2, hiervoor in 3.3 aangehaald). Dat is dan dus niet een gevolg van het verlies door de curator van het recht om nakoming te vorderen ingevolge art. 37 lid 1 Fw.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab73aa910e3e6ffae4369f9af7137ecc2f871168c89b5fdcdb6ad79dd1b6dc6d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab73aa910e3e6ffae4369f9af7137ecc2f871168c89b5fdcdb6ad79dd1b6dc6d, en de alinea staat in dat document op bytes 23947 tot 24901.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ab73aa910e3e6ffae4369f9af7137ecc2f871168c89b5fdcdb6ad79dd1b6dc6d | shasum -a 256