Citaat | Hoge Raad 2 december 2016
Onder 3.6.6 Hoge Raad 2 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2729.
De hiervoor in 3.6.5 genoemde regeling en het in art. 7:767 BW bepaalde staan in het geval dat de aannemer een bouwfase of het meerwerk door faillissement niet kan voltooien en vaststaat dat de curator de verplichting daartoe niet gestand doet , niet in de weg aan een vordering van de boedel uit ongerechtvaardigde verrijking met betrekking tot het verrichte gedeelte van de onvoltooide bouwfase of van het onvoltooide meerwerk. De bestaansgrond van de met die bepaling beoogde bescherming van de opdrachtgever - kort gezegd: dat deze de bouw slechts beperkt behoeft te voorfinancieren (vgl. Kamerstukken II 1992-1993, 23 095, nr. 3, p. 39) - doet zich in dat geval immers niet voor. Slechts in het hiervoor aan het slot van 3.6.4 genoemde geval is een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking wel uitgesloten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab73aa910e3e6ffae4369f9af7137ecc2f871168c89b5fdcdb6ad79dd1b6dc6d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab73aa910e3e6ffae4369f9af7137ecc2f871168c89b5fdcdb6ad79dd1b6dc6d, en de alinea staat in dat document op bytes 29611 tot 30486.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ab73aa910e3e6ffae4369f9af7137ecc2f871168c89b5fdcdb6ad79dd1b6dc6d | shasum -a 256