Citaat | Hoge Raad 2 december 2016
Onder 3.3 Hoge Raad 2 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2730.
Volgens de letterlijke tekst van art. 37 Fw is elke nakomingsvordering uitgesloten als de curator de overeenkomst niet gestand doet. Uit de wetsgeschiedenis van deze, uit 1992 daterende, bepaling kan echter niet worden afgeleid dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om ook in het geval waarin de failliet vóór de faillietverklaring al heeft gepresteerd, de curator de nakomingsvordering uit handen te slaan. Integendeel, de bronnen duiden erop dat niet is beoogd om op dit punt de voordien geldende regeling te wijzigen waarin de curator deze vordering had. (rov. 5.1) Voor het bestaan van deze vordering pleiten ook andere argumenten (rov. 5.2-5.5). Art. 37 Fw moet dan ook zo worden uitgelegd dat het verbod om nakoming te vorderen geen betrekking heeft op de vordering tot nakoming van de tegenprestatie waarvoor de failliet vóór de faillietverklaring de prestatie al heeft verricht (rov. 5.6).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e243e9f5a00fb2cafcfd5ad068afb1aab70ccc18718cc2b0943eb65f416a49a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e243e9f5a00fb2cafcfd5ad068afb1aab70ccc18718cc2b0943eb65f416a49a, en de alinea staat in dat document op bytes 13571 tot 14495.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e243e9f5a00fb2cafcfd5ad068afb1aab70ccc18718cc2b0943eb65f416a49a | shasum -a 256