Citaat | Hoge Raad 2 december 2016

Onder 3.4.2 Hoge Raad 2 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2730.

Het onderdeel stelt de betekenis van art. 37 Fw aan de orde. Het eerste lid van deze bepaling houdt in dat indien een wederkerige overeenkomst ten tijde van de faillietverklaring zowel door de schuldenaar als door zijn wederpartij in het geheel niet of slechts gedeeltelijk is nagekomen en de curator zich niet binnen een hem daartoe schriftelijk door de wederpartij gestelde redelijke termijn bereid verklaart de overeenkomst gestand te doen, de curator het recht verliest zijnerzijds nakoming van de overeenkomst te vorderen. Het tweede lid bepaalt dat indien de curator zich wel tot nakoming van de overeenkomst bereid verklaart, hij verplicht is bij die verklaring voor deze nakoming zekerheid te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e243e9f5a00fb2cafcfd5ad068afb1aab70ccc18718cc2b0943eb65f416a49a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e243e9f5a00fb2cafcfd5ad068afb1aab70ccc18718cc2b0943eb65f416a49a, en de alinea staat in dat document op bytes 17181 tot 17903.