Citaat | Hoge Raad 2 december 2016

Onder 6.1.2 Hoge Raad 2 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2741.

Bij het bepalen van de waarde van de onteigende zaak moet worden uitgegaan van de prijs, tot stand gekomen bij een onderstelde koop in het vrije commerciële verkeer tussen de onteigende als redelijk handelend verkoper en de onteigenaar als redelijk handelend koper (art. 40b lid 2 Ow). Gelet moet dus worden op de prijs die de onteigenaar als redelijk handelend koper, zonder dreiging met het dwangmiddel van een onteigening, bereid zou zijn te besteden en die de verkoper, zonder misbruik te maken van de dwangpositie van de wederpartij, die juist de voor realisering van het voorgenomen werk nodige percelen in eigendom moet verwerven, redelijkerwijs zou willen bedingen (zie onder meer het hiervoor in 6.1.1 genoemde arrest Limburg/ […] , rov. 3.2).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44b22c92a20228c425978a085644a4abd021ab96e2feaf22f5f320d50af116f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44b22c92a20228c425978a085644a4abd021ab96e2feaf22f5f320d50af116f6, en de alinea staat in dat document op bytes 22531 tot 23299.