Citaat | Hoge Raad 2 december 2016
Onder 3.2.1 Hoge Raad 2 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2744.
In dit geding vordert Ctac onder meer veroordeling van de curatoren tot betaling van het nog openstaande deel van de prefaillissementsvordering en schadevergoeding in verband met ontbinding van de met FRSH gesloten overeenkomsten wegens tekortkoming van de curatoren. Daartoe heeft Ctac aangevoerd, samengevat weergegeven en voor zover in cassatie van belang, dat de curatoren, door hun hiervoor in 3.1 onder (vii) genoemde vordering in kort geding in te stellen, geacht moeten worden de tussen Ctac en FRSH gesloten overeenkomsten op de voet van art. 37 Fw gestand te hebben gedaan; volgens Ctac brengt dit mee dat zij jegens de boedel aanspraak kan maken op betaling van de hiervoor bedoelde prefaillissementsvordering en schadevergoeding. De curatoren hebben betoogd dat in het onderhavige geval van gestanddoening in de zin van art. 37 Fw geen sprake is, en dat Ctac de tussen haar en FRSH gesloten overeenkomsten op de dag van de faillietverklaring van FRSH en met onmiddellijke ingang heeft opgezegd; voor de na het faillissement van FRSH verrichte dienstverlening is Ctac betaald, aldus de curatoren. De rechtbank heeft de vorderingen van Ctac afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1283115deafb6a88e65289255464f7aa95857d69a1ef0ba0d537e49a34fb594b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1283115deafb6a88e65289255464f7aa95857d69a1ef0ba0d537e49a34fb594b, en de alinea staat in dat document op bytes 13180 tot 14354.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1283115deafb6a88e65289255464f7aa95857d69a1ef0ba0d537e49a34fb594b | shasum -a 256