Citaat | Hoge Raad 6 december 2016

Onder 8.3. Hoge Raad 6 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2762.

De verdediging heeft - voor zover hier relevant - in geen enkel stadium van het geding de gelegenheid gehad om G3 tot en met G5 als getuige te (doen) ondervragen omtrent de belastende gedeeltes van hun onderscheidenlijke verklaringen teneinde zodoende de betrouwbaarheid daarvan te beproeven. Aldus kon het (rechtstreekse) ondervragingsrecht niet, althans niet ten volle, worden uitgeoefend. Hetzelfde geldt voor een aantal andere toegewezen Pakistaanse, Iraanse en Somalische getuigen waaronder, voor zover in het kader van dit arrest relevant, de getuigen G16, G17 en G19. Het heeft de verdediging daarmee ontbroken aan "an adequate and proper opportunity to question a witness against him either when he or she was testifying or at a later stage of the proceedings".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea9e52acc89156ec0affd5b48fb994dca7b4ea6c1b063b3c3f709917ea8b0c77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea9e52acc89156ec0affd5b48fb994dca7b4ea6c1b063b3c3f709917ea8b0c77, en de alinea staat in dat document op bytes 54494 tot 55276.