Citaat | Hoge Raad 6 december 2016
Onder 3.1. Hoge Raad 6 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2762.
Het middel klaagt in de kern over de verwerping door het Hof van het verweer dat de verklaringen van getuige G1 moeten worden uitgesloten van het gebruik voor het bewijs, omdat - kort gezegd - de verdediging in strijd met art. 6, derde lid en onder d, EVRM onvoldoende in de gelegenheid is geweest deze getuige te ondervragen. Daartoe wordt in de toelichting op het middel aangevoerd dat de verdediging ten tijde van het horen van G1 door de Rechter-Commissaris op 30 oktober 2012 niet de beschikking had over het volledige dossier, meer in het bijzonder niet over de op dat moment reeds door getuige G2 op 25 oktober 2012 ten overstaan van verbalisanten van de Koninklijke Marine afgelegde verklaring.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea9e52acc89156ec0affd5b48fb994dca7b4ea6c1b063b3c3f709917ea8b0c77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea9e52acc89156ec0affd5b48fb994dca7b4ea6c1b063b3c3f709917ea8b0c77, en de alinea staat in dat document op bytes 57944 tot 58659.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea9e52acc89156ec0affd5b48fb994dca7b4ea6c1b063b3c3f709917ea8b0c77 | shasum -a 256