Citaat | Hoge Raad 6 december 2016
Onder 3.4. Hoge Raad 6 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2762.
In de overweging van het Hof dat de verdediging de gelegenheid heeft gehad G1 op "essentiële onderdelen" te ondervragen "teneinde de betrouwbaarheid van de getuige hetzij de onjuistheid van de verklaring aan te vechten", ligt als zijn oordeel besloten dat de verdachte ten aanzien van deze getuige een behoorlijke en effectieve gelegenheid heeft gehad tot het stellen van vragen en dat derhalve art. 6, derde lid aanhef en onder d, EVRM niet is geschonden. Dit oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea9e52acc89156ec0affd5b48fb994dca7b4ea6c1b063b3c3f709917ea8b0c77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea9e52acc89156ec0affd5b48fb994dca7b4ea6c1b063b3c3f709917ea8b0c77, en de alinea staat in dat document op bytes 61814 tot 62395.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea9e52acc89156ec0affd5b48fb994dca7b4ea6c1b063b3c3f709917ea8b0c77 | shasum -a 256