Citaat | Hoge Raad 6 december 2016

Onder 10.1. Hoge Raad 6 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2762.

Bij de beoordeling van het procesdossier in deze zaak en het daaruit voortvloeiend bewijs, moet vooropgesteld worden dat volgens bestendige jurisprudentie de selectie en waardering van het bewijs is voorbehouden aan de feitenrechter. Als wettige bewijsmiddelen worden alleen erkend de in art. 339 Sv genoemde bewijsmiddelen en voorts zijn de bewijsminimumregels van de art. 341, 342, 344 en 344a Sv van toepassing. Zo mag bijvoorbeeld de bewezenverklaring niet op de verklaring van slechts één getuige berusten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea9e52acc89156ec0affd5b48fb994dca7b4ea6c1b063b3c3f709917ea8b0c77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea9e52acc89156ec0affd5b48fb994dca7b4ea6c1b063b3c3f709917ea8b0c77, en de alinea staat in dat document op bytes 9026 tot 9552.