Citaat | Hoge Raad 6 december 2016

Onder 10.2.1. Hoge Raad 6 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2762.

Ofschoon ook het hof heeft geconstateerd dat de (opvolgende) verklaringen van Gl onderling inconsistenties en/of tegenstrijdigheden vertonen, acht het hof anderszins onvoldoende aannemelijk geworden dat enkel daardoor de betrouwbaarheid van de gehele verklaring van deze getuige in het geding is. Mitsdien ziet het hof geen reden om reeds hierom deze verklaringen niet voor het bewijs te bezigen. Wel zal het hof de verklaringen van Gl slechts gebruiken indien en voor zover de getuige op dat onderdeel in essentie consistent heeft verklaard, die verklaringen voldoende plausibel zijn en die delen van zijn verklaringen steun vinden in ander hierna te bespreken bewijs. Uit de omstandigheid dat de verdachte ten gevolge van de explosie niet is komen te overlijden of letsel heeft opgelopen vloeit niet zonder meer voort dat hij zich niet in de opbouw van de dhow Mohsen bevond, zoals door Gl is verklaard, zeker nu dit onderdeel van die verklaring, zoals hierna nog nader zal worden besproken, ondersteund wordt door andere bewijsmiddelen, zoals de verklaring van G2. Daarnaast geldt dat zijn (eerdere) aanwezigheid in de opbouw van de dhow Mohsen niet uitsluit dat hij zich nog voor de gasfles explodeerde reeds naar een andere plek heeft begeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea9e52acc89156ec0affd5b48fb994dca7b4ea6c1b063b3c3f709917ea8b0c77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea9e52acc89156ec0affd5b48fb994dca7b4ea6c1b063b3c3f709917ea8b0c77, en de alinea staat in dat document op bytes 22690 tot 23951.