Citaat | Hoge Raad 6 december 2016
Onder 14.2. Hoge Raad 6 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2762.
Volgens vaste jurisprudentie is er van medeplegen sprake - kort gezegd - indien de verschillende daders hebben gehandeld in een (voldoende) nauwe en bewuste (intensieve) samenwerking, gericht op de totstandkoming van het delict. Daarnaast moet de van medeplegen verdachte persoon aan de totstandkoming van het delict een wezenlijke bijdrage hebben geleverd. Daarbij is niet doorslaggevend dat de van medeplegen verdachte persoon ook een daadwerkelijke uitvoerder is geweest of alle handelingen van het strafbare feit zelf moet hebben verricht. Een en ander houdt in dat de medeplegers willens en wetens (opzettelijk) moeten hebben samengewerkt tot het verrichten van de ten laste gelegde delictueuze gedraging(en). Met andere woorden: de daders moeten opzet hebben gehad op zowel de samenwerking als op het delict zelf. Indien daarvan sprake is, doet niet beslissend ter zake welke feitelijke handelingen door de verdachte dan wel door (één van) zijn mededader(s) is/zijn gepleegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea9e52acc89156ec0affd5b48fb994dca7b4ea6c1b063b3c3f709917ea8b0c77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea9e52acc89156ec0affd5b48fb994dca7b4ea6c1b063b3c3f709917ea8b0c77, en de alinea staat in dat document op bytes 29920 tot 30916.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea9e52acc89156ec0affd5b48fb994dca7b4ea6c1b063b3c3f709917ea8b0c77 | shasum -a 256