Citaat | Hoge Raad 6 december 2016
Onder 2.3. Hoge Raad 6 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2768.
Het Hof heeft geoordeeld dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv. Dat oordeel is in cassatie niet (voldoende) bestreden, zodat daarvan moet worden uitgegaan. Het vormverzuim bestaat erin, blijkens de in zoverre onbestreden feitelijke vaststellingen van het Hof, dat het opnemen van telecommunicatie met betrekking tot het telefoonnummer eindigend op 6763, waarvoor door de Officier van Justitie bevel was verleend ten name van [betrokkene 1], is voortgezet zonder dat daarvoor een nieuw bevel is gegeven nadat het de politie duidelijk was geworden dat genoemd telefoonnummer niet langer in gebruik was bij de in het bevel genoemde persoon, maar bij de verdachte wiens stem kon worden herkend uit - kort gezegd - een met machtiging van de Rechter-Commissaris gegeven bevel tot telefoontap op het telefoonnummer eindigend op 8080 ten name van de verdachte. Het Hof heeft geoordeeld dat aan dit vormverzuim het rechtsgevolg van bewijsuitsluiting moet worden verbonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7caae98a7b0341467de4dd4aa6265caaf135ecec315f7bca3e5d4e92ec63f974. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7caae98a7b0341467de4dd4aa6265caaf135ecec315f7bca3e5d4e92ec63f974, en de alinea staat in dat document op bytes 15594 tot 16639.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7caae98a7b0341467de4dd4aa6265caaf135ecec315f7bca3e5d4e92ec63f974 | shasum -a 256