Citaat | Hoge Raad 6 december 2016

Onder 2.5. Hoge Raad 6 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2768.

Met betrekking tot zijn oordeel dat aan het in 2.3 bedoelde vormverzuim het rechtsgevolg van bewijsuitsluiting moet worden verbonden, heeft het Hof overwogen dat het - ondanks het ontbreken van een nieuwe machtiging - ook na 13 november 2009 opnemen en vervolgens uitluisteren van telecommunicatie een ingrijpende inbreuk is op de privacy van de verdachte, dat het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer "van groot belang" is, dat de mate van verwijtbaarheid "ernstig" is en dat de verdachte "door het niet-naleven van de voorschriften in zijn belang [is] getroffen". Gelet op hetgeen in 2.4 is overwogen, is het oordeel van het Hof dat aan het bedoelde vormverzuim het rechtsgevolg van bewijsuitsluiting moet worden verbonden, niet toereikend gemotiveerd, reeds omdat van een op het geval toegesneden afweging van in aanmerking te nemen factoren geen blijk is gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7caae98a7b0341467de4dd4aa6265caaf135ecec315f7bca3e5d4e92ec63f974. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7caae98a7b0341467de4dd4aa6265caaf135ecec315f7bca3e5d4e92ec63f974, en de alinea staat in dat document op bytes 25379 tot 26276.