Citaat | Hoge Raad 6 december 2016
Onder 2.3.2. Hoge Raad 6 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2772.
In de rechtspraak van de Hoge Raad wordt het in art. 359, zesde lid eerste volzin, Sv weergegeven vereiste aldus ingevuld dat uit de strafmotivering expliciet moet blijken dat de rechter onder ogen heeft gezien dat hij een straf of maatregel oplegt die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt door in de strafmotivering tot uitdrukking te brengen dat zo'n sanctie wordt opgelegd en die sanctieoplegging te verbinden met in de strafmotivering opgegeven redenen (vgl. HR 27 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2191, NJ 2016/437).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83024beca4d36e6c2a4a438f4baec5395b492e79ab2de16c1021816c088cc5ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83024beca4d36e6c2a4a438f4baec5395b492e79ab2de16c1021816c088cc5ff, en de alinea staat in dat document op bytes 10815 tot 11366.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83024beca4d36e6c2a4a438f4baec5395b492e79ab2de16c1021816c088cc5ff | shasum -a 256