Citaat | Hoge Raad 9 december 2016
Onder 3.4.4 Hoge Raad 9 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 9 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2822.
“Ingevolge onderdeel f dient in de overeenkomst de naam en de woonplaats te worden vermeld van degene aan wie een gerechtigde tot een vergoeding kan laten weten niet aan de overeenkomst gebonden te willen zijn. Deze daarvoor in de overeenkomst aangewezen persoon kan een rechtspersoon zijn die ingevolge de overeenkomst de vergoedingen verstrekt, maar bijvoorbeeld ook een derde, zoals een notaris.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39301b7061a6bec425ac09d68ecb96583c65a4c3afb494cad9b0bc863aa95429. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39301b7061a6bec425ac09d68ecb96583c65a4c3afb494cad9b0bc863aa95429, en de alinea staat in dat document op bytes 17030 tot 17446.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/39301b7061a6bec425ac09d68ecb96583c65a4c3afb494cad9b0bc863aa95429 | shasum -a 256