Citaat | Hoge Raad 9 december 2016

Onder 3.4.5 Hoge Raad 9 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 9 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2822.

De door het middel verdedigde opvatting dat art. 7:908 lid 2 BW ruimte biedt om op een andere dan de in de WCAM-overeenkomst voorgeschreven wijze, namelijk aan een ander dan de daarin aangewezen persoon, kenbaar te maken niet aan die overeenkomst gebonden te willen zijn, vindt, gelet op het voorgaande, geen steun in de wettelijke regeling en de totstandkomingsgeschiedenis daarvan. Zij strookt niet met de strekking van die regeling, te weten dat binnen een bepaalde termijn zowel voor de partij die zich heeft verbonden tot vergoeding van schade, als voor de gerechtigde tot vergoeding, zekerheid bestaat over de tussen hen geldende verplichtingen. Daarbij past niet dat onzekerheid kan bestaan over de vraag of op een rechtsgeldige wijze van de ‘opt out’-regeling gebruik is gemaakt. De bepleite opvatting kan daarom niet als juist worden aanvaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39301b7061a6bec425ac09d68ecb96583c65a4c3afb494cad9b0bc863aa95429. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39301b7061a6bec425ac09d68ecb96583c65a4c3afb494cad9b0bc863aa95429, en de alinea staat in dat document op bytes 19775 tot 20644.