Citaat | Hoge Raad 9 december 2016

Onder 3.3.2 Hoge Raad 9 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 9 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2826.

De klacht is gegrond. De gedingstukken laten geen andere conclusie toe dan dat noch FNI, noch Blaimont, een grief heeft gericht tegen de veroordeling in het dictum van de voorzieningenrechter onder 5.1 in verbinding met 5.3. Pas bij pleidooi in hoger beroep heeft FNI erop gewezen dat de verhouding tussen deze twee onderdelen van het dictum tot problemen heeft geleid, omdat onduidelijk is vanaf welk moment FNI dwangsommen verbeurt nadat alternatieve zekerheid is gesteld. Blijkens de hiervoor in 3.2.2 weergegeven overwegingen heeft ook het hof in de grieven van partijen geen bezwaar gelezen tegen het dictum van de voorzieningenrechter onder 5.1 in verbinding met 5.3. Het hof heeft voorts in rov. 3.12 overwogen dat voor zover FNI bij pleidooi nog meer of andere bezwaren tegen het vonnis heeft aangevoerd dan neergelegd in haar grief, het daaraan voorbij gaat, nu Blaimont niet ondubbelzinnig heeft ingestemd met deze, als nieuwe grieven te kwalificeren, andere bezwaren. Door niettemin (in zijn dictum onder 4.4) de veroordeling in het dictum van het vonnis van de voorzieningenrechter onder 5.1 in verbinding met 5.3 aldus te herformuleren dat FNI het conservatoire derdenbeslag op de bankrekening(en) van Blaimont bij Fortis Bank dient op te heffen binnen een week nadat de alternatieve zekerheid (als omschreven onder 4.1) is gesteld, is het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3794c7c84d9c46b530dfc6466dd4583c465451d21fbbbb72993b3c08727f4bff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3794c7c84d9c46b530dfc6466dd4583c465451d21fbbbb72993b3c08727f4bff, en de alinea staat in dat document op bytes 20167 tot 21584.