Citaat | Hoge Raad 9 december 2016

Onder 2 Hoge Raad 9 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 9 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2834.

“1. Indien een partij op grond van artikel 843a Rv jo. 1019a Rv inzage, afschrift of uittreksel vordert van bepaalde bescheiden, aan welke maatstaf dient dan ten minste te worden voldaan voor het aannemen van een ‘rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn’, zoals vereist voor toewijzing van een vordering uit hoofde van artikel 843a Rv, indien die rechtsbetrekking bestaat uit een verbintenis uit onrechtmatige daad wegens inbreuk op een recht van intellectuele eigendom?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff4e4ded6c5cb3b3718b3bee1af267804605560963ef8fdaf907c597ee5a64f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff4e4ded6c5cb3b3718b3bee1af267804605560963ef8fdaf907c597ee5a64f4, en de alinea staat in dat document op bytes 6487 tot 7002.