Citaat | Hoge Raad 9 december 2016

Onder 3 Hoge Raad 9 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 9 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2834.

“De lidstaten dragen er zorg voor dat de bevoegde rechterlijke instanties op verzoek van de partij die redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd dat voldoende is om haar vorderingen te onderbouwen, en voor de staving van haar vorderingen bewijsmateriaal heeft genoemd dat zich in de macht van de wederpartij bevindt, overlegging van dit bewijsmateriaal door de wederpartij kunnen gelasten, behoudens bescherming van vertrouwelijke informatie. Voor de toepassing van dit lid kunnen de lidstaten bepalen dat een redelijk monster van een belangrijk aantal exemplaren van een werk of enig ander beschermd voorwerp, door de bevoegde rechterlijke instanties als aanvaardbaar bewijsmateriaal moet worden beschouwd.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff4e4ded6c5cb3b3718b3bee1af267804605560963ef8fdaf907c597ee5a64f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff4e4ded6c5cb3b3718b3bee1af267804605560963ef8fdaf907c597ee5a64f4, en de alinea staat in dat document op bytes 13419 tot 14162.