Citaat | Hoge Raad 9 december 2016
Onder 3 Hoge Raad 9 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 9 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2834.
3.3.2 Dit onderscheid is, blijkens rov. 4.21-4.24 van het tussenarrest van het hof van 24 februari 2015, ingegeven door de overweging dat in het eerste geval het gezochte bewijs betrekking heeft op de vraag of van inbreuk sprake is, terwijl in de gevallen van de tweede categorie de te bewijzen feiten eerst van belang zijn indien het bestaan (of dreigen) van inbreuk zo aannemelijk is als vereist voor toewijzing van een verbodsvordering in kort geding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff4e4ded6c5cb3b3718b3bee1af267804605560963ef8fdaf907c597ee5a64f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff4e4ded6c5cb3b3718b3bee1af267804605560963ef8fdaf907c597ee5a64f4, en de alinea staat in dat document op bytes 19275 tot 19743.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff4e4ded6c5cb3b3718b3bee1af267804605560963ef8fdaf907c597ee5a64f4 | shasum -a 256