Citaat | Hoge Raad 9 december 2016

Onder 3 Hoge Raad 9 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 9 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2834.

3.3.3 Het antwoord op vraag 2 kan niet categorisch bevestigend of ontkennend luiden. Dit hangt samen met het volgende. Aan de hiervoor in 3.2.1 geciteerde bepaling uit de considerans van de Handhavingsrichtlijn is door de Nederlandse wetgever mede invulling gegeven door het (in art. 843a lid 1 Rv) stellen van de eis dat de rechthebbende een rechtmatig belang bij de exhibitie heeft. Weliswaar verklaart het derde lid van art. 1019a Rv het vierde lid van art. 843a Rv buiten toepassing in intellectuele-eigendomszaken, maar dat is niet geschied op de grond dat het daarin vermelde in die zaken zonder betekenis zou zijn. De memorie van toelichting bij de wet tot implementatie van de Handhavingsrichtlijn houdt hieromtrent in:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff4e4ded6c5cb3b3718b3bee1af267804605560963ef8fdaf907c597ee5a64f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff4e4ded6c5cb3b3718b3bee1af267804605560963ef8fdaf907c597ee5a64f4, en de alinea staat in dat document op bytes 19800 tot 20540.