Citaat | Hoge Raad 13 december 2016

Onder 2.2.2. Hoge Raad 13 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 13 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2848.

Voor zover het hof uit het dossier kan opmaken heeft de verdachte de uitlatingen over aangever gedaan tegenover 'betrekkelijk willekeurige personen'. Uit het gegeven dat de verdachte de uitlatingen deed tegenover betrekkelijk willekeurige personen - en dus niet tegenover personen die op de een of andere wijze betrokken waren bij de vermeende kwaadaardige gedragingen van aangever - kan naar het oordeel van het hof reeds worden afgeleid dat de verdachte de kennelijke bedoeling had om aan die aantijgingen ruchtbaarheid te geven. Kenmerkend hiervoor acht het hof dat de verdachte, nadat zij en de medeverdachte [medeverdachte] tijdens het huisbezoek aangever [betrokkene 1] hadden beschuldigd van het plegen van ontucht met verdachtes kleinzoon en andere kinderen, op enig moment aan de getuige [betrokkene 3] heeft gevraagd of zij al meer wist over de beschuldiging van [betrokkene 1] (hof: [betrokkene 1]). Hieruit volgt dat het de verdachte er kennelijk om te doen was dat de door haar tegenover de getuige [betrokkene 3] gedane uitlatingen verder verspreid en door een breder publiek besproken zouden worden."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/311d8a37afa4559e4eb7f4e73b5ff4bd0130bc4867c8ac67c161c69deb7db5f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 311d8a37afa4559e4eb7f4e73b5ff4bd0130bc4867c8ac67c161c69deb7db5f0, en de alinea staat in dat document op bytes 11458 tot 12586.