Citaat | Hoge Raad 13 december 2016

Onder 2.2.2. Hoge Raad 13 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 13 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2849.

Met het oog op de bepleite vrijspraak van het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft de raadsman van de verdachte (...) betoogd dat de in de tenlastelegging nader omschreven uitlatingen door de verdachte niet zijn gedaan met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven. Hiermee wordt immers volgens de Hoge Raad bedoeld het ter kennis brengen van het publiek, waarbij onder 'publiek' een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden bedoeld wordt. Volgens de verdediging is daarvan in deze zaak geen sprake, nu uit de tenlastelegging volgt dat verdachte de beweerde uitlatingen slechts aan enkele personen in haar naaste omgeving zou hebben gedaan. Verdachte heeft haar uitlatingen bijvoorbeeld niet op het internet gedaan. Door de verdediging is er voorts op gewezen dat uitlatingen die een vertrouwelijk karakter hebben, doordat zij in besloten kring worden gedaan, volgens de literatuur buiten het bereik van het strafrecht moeten blijven, omdat 'een beschuldiging die in de beslotenheid van de huiskamer wordt gedaan, niet is gedaan met het kennelijke doel daaraan ruchtbaarheid te geven'.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2762c8e1b7de1a65674e9db66272fae6b6db264001340df7ad8eb533a987084e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2762c8e1b7de1a65674e9db66272fae6b6db264001340df7ad8eb533a987084e, en de alinea staat in dat document op bytes 10566 tot 11686.