Citaat | Hoge Raad 13 december 2016

Onder 3.3.2. Hoge Raad 13 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 13 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2852.

In de rechtspraak van de Hoge Raad wordt het in art. 359, zesde lid eerste volzin, Sv weergegeven vereiste aldus ingevuld dat uit de strafmotivering expliciet moet blijken dat de rechter onder ogen heeft gezien dat hij een straf of maatregel oplegt die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt door in de strafmotivering tot uitdrukking te brengen dat zo'n sanctie wordt opgelegd en die sanctieoplegging te verbinden met in de strafmotivering opgegeven redenen (vgl. HR 27 september 2016, ECLI:NL:HR: 2016:2191, NJ 2016/437).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2302d5ec8d1aa52743e018249abb03b56150f25e654509493c04b8ae636e873e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2302d5ec8d1aa52743e018249abb03b56150f25e654509493c04b8ae636e873e, en de alinea staat in dat document op bytes 10177 tot 10726.