Citaat | Hoge Raad 19 februari 2016
Onder 3.9. Hoge Raad 19 februari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:286.
[verzoeker] heeft onvoldoende processueel belang bij inzage in de verklaring van [getuige] . Het is naar analogie van artikel 152 lid 2 Rv aan de rechtbank om, in het kader van het hiervoor behandelde verzoek tot verlenging van de inbewaringstelling, te beoordelen welke consequenties moeten worden verbonden aan de weigering van de curator c.q. rechter-commissaris om het proces-verbaal aan [verzoeker] te verstrekken. De door de curator met verwijzing naar deze verklaring onderbouwde stellingen, worden door [verzoeker] deels erkend. Hij betwist niet dat er administratie in het buitenland aanwezig is, of dat er stukken aan zijn advocaat zijn gezonden. Het zou alleen niet om financiële stukken gaan. Dit laatste is voor het oordeel dat [verzoeker] zijn inlichtingenplicht heeft geschonden niet relevant. Het is immers niet aan [verzoeker] om de relevantie van de stukken te beoordelen, maar aan de curator. [verzoeker] is gehouden alle inlichtingen te verschaffen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/831e2b38842d3d54c4d1804e6a4d49e7ec1d5729b86c8eb382d71464c0f100a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 831e2b38842d3d54c4d1804e6a4d49e7ec1d5729b86c8eb382d71464c0f100a7, en de alinea staat in dat document op bytes 14050 tot 15043.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/831e2b38842d3d54c4d1804e6a4d49e7ec1d5729b86c8eb382d71464c0f100a7 | shasum -a 256