Citaat | Hoge Raad 19 februari 2016

Onder 3.4.3 Hoge Raad 19 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:286.

Onderdeel I van het hiertegen aangevoerde middel klaagt, kort samengevat, dat de rechtbank aldus heeft miskend dat [verzoeker] mede op grond van de verklaring van [getuige] van zijn vrijheid is beroofd. Deze klacht treft doel. Nu het verzoek tot voortzetting van de bewaring mede op de verklaring van de getuige [getuige] is gebaseerd en [verzoeker] afschrift van het proces-verbaal van het desbetreffende verhoor heeft verzocht met het oog op zijn verweer tegen dat verzoek, komt bij de afweging van belangen (zie hiervoor in 3.3.3) een groot gewicht toe aan het belang van [verzoeker] bij afgifte van het proces-verbaal. Door het bevel tot verzekerde bewaring wordt immers inbreuk gemaakt op het in art. 5 lid 1 EVRM gewaarborgde recht op persoonlijke vrijheid van [verzoeker] . Weliswaar dient ook de rechter die over de bewaring oordeelt over het verdedigingsbelang te waken, maar er is geen grond om dit belang niet ook te betrekken in de afweging die moet worden gemaakt bij de beoordeling van het verzoek tot afschrift van of inzage in het proces-verbaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/831e2b38842d3d54c4d1804e6a4d49e7ec1d5729b86c8eb382d71464c0f100a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 831e2b38842d3d54c4d1804e6a4d49e7ec1d5729b86c8eb382d71464c0f100a7, en de alinea staat in dat document op bytes 22187 tot 23263.