Citaat | Hoge Raad 16 december 2016

Onder 2.4.1. Hoge Raad 16 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2860.

Bij de beoordeling van het middel wordt vooropgesteld dat van een partij die bewijs door getuigen aanbiedt in beginsel mag worden verwacht dat zij voldoende concreet vermeldt op welke van haar stellingen dit bewijsaanbod betrekking heeft en, voor zover mogelijk, wie daarover een verklaring zouden kunnen afleggen. In het algemeen zal echter niet mogen worden verlangd dat daarbij ook wordt vermeld wat daarover door getuigen zal kunnen worden verklaard (zie HR 10 oktober 2014, nr. 13/05775, ECLI:NL:HR:2014:2924, BNB 2014/253).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb1867b3ef2c8b7a85bb63f1c9ab764a4352caaaec5e6ce5c74ff144544023b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb1867b3ef2c8b7a85bb63f1c9ab764a4352caaaec5e6ce5c74ff144544023b9, en de alinea staat in dat document op bytes 10141 tot 10683.