Citaat | Hoge Raad 16 december 2016
Onder 2.4.2. Hoge Raad 16 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2860.
Uit de gedingstukken blijkt dat belanghebbende niet concreet heeft vermeld waarover de getuigen zouden kunnen verklaren. De stukken van het geding laten echter geen andere conclusie toe dan dat belanghebbendes bewijsaanbod betrekking had op de totstandkoming en de inhoud van de vaststellingsovereenkomst. Voorts blijkt uit ’s Hofs uitspraak of de stukken van het geding niet dat het Hof belanghebbende heeft gevraagd om opheldering van de vragen die het bewijsaanbod kennelijk bij het Hof opriep. Onder deze omstandigheden kon het Hof niet zonder nadere motivering, die ontbreekt, tot zijn oordeel komen dat het getuigenaanbod onvoldoende is gespecificeerd. Voor zover het Hof ervan is uitgegaan dat belanghebbende had dienen toe te lichten wat de getuigen zouden kunnen verklaren, berust dat, gelet op wat hiervoor in onderdeel 2.4.1 is vooropgesteld, op een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb1867b3ef2c8b7a85bb63f1c9ab764a4352caaaec5e6ce5c74ff144544023b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb1867b3ef2c8b7a85bb63f1c9ab764a4352caaaec5e6ce5c74ff144544023b9, en de alinea staat in dat document op bytes 10757 tot 11659.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb1867b3ef2c8b7a85bb63f1c9ab764a4352caaaec5e6ce5c74ff144544023b9 | shasum -a 256