Citaat | Hoge Raad 16 december 2016

Onder 3.4.1 Hoge Raad 16 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2879.

De klachten (a), (d) en (e) van het onderdeel zijn gegrond. De rechtbank behoort ook in onteigeningszaken geen acht te slaan op stukken die haar door een partij worden toegezonden buiten de verplichte procesvertegenwoordiger om. Daarom is klacht (a) gegrond. Voorts betoogt klacht (d) terecht dat uit art. 6.1 van het Landelijk Procesreglement voor civiele dagvaardingszaken volgt dat de rechtbank niet had mogen kennisnemen van de e-mail (dan wel het faxbericht) van de Gemeente met bijlage, nu deze was toegezonden nadat vonnis was bepaald. Noch uit het vonnis, noch anderszins blijkt dat [eiser] met die kennisneming heeft ingestemd. Ook volgt uit het beginsel van hoor en wederhoor dat de rechtbank de e-mail (dan wel het faxbericht) van de Gemeente met bijlage niet in haar uitspraak had mogen betrekken zonder [eiser] in de gelegenheid te stellen zich daarover uit te laten, zoals klacht (e) met juistheid betoogt. Dit wordt niet anders door de omstandigheid dat de advocaat van [eiser] zich had onttrokken, nu de rechtbank in deze situatie [eiser] in kennis had moeten stellen van de haar toegezonden stukken teneinde [eiser] in de gelegenheid te stellen daarop door tussenkomst van een nieuwe advocaat te reageren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2933d68de27dd9d9dde3f6952d13f86c4af92eae62001d52cfcc7ce1fd29c4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2933d68de27dd9d9dde3f6952d13f86c4af92eae62001d52cfcc7ce1fd29c4b, en de alinea staat in dat document op bytes 10260 tot 11495.