Citaat | Hoge Raad 19 februari 2016

Onder 3.2.1 Hoge Raad 19 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:288.

In dit vrijwaringsgeding vordert [eiseres] - samengevat - dat de notaris zal worden veroordeeld om aan haar te betalen al hetgeen waartoe zij in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, en schadevergoeding. Zij legt daaraan ten grondslag dat als gevolg van nalatigheid van [betrokkene 4] en [betrokkene 5] niet de clausule van art. 4:82 BW in het testament is opgenomen. Indien die clausule wel was opgenomen, zouden de vorderingen van [betrokkene 1 en 2] uit hoofde van de legitieme eerst opeisbaar zijn geweest na het overlijden van [eiseres] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7522932d9ce4e161a2b0eeb30fbdce1cbb91888deb17a0d79bddf5c5337e8cdb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7522932d9ce4e161a2b0eeb30fbdce1cbb91888deb17a0d79bddf5c5337e8cdb, en de alinea staat in dat document op bytes 13514 tot 14085.