Citaat | Hoge Raad 19 februari 2016
Onder 3.4.3 Hoge Raad 19 februari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:288.
Op degene die stelt dat de notaris als beroepsbeoefenaar in de nakoming van zijn hiervoor in 3.4.2 genoemde zorgvuldigheidsplicht is tekortgeschoten, rust de stelplicht en bewijslast van feiten en omstandigheden die dit oordeel kunnen dragen. Van de notaris kan evenwel worden verlangd dat hij voldoende feitelijke gegevens verstrekt ter motivering van zijn betwisting van de desbetreffende stellingen, teneinde degene die hem aanspreekt aanknopingspunten voor eventuele bewijslevering te verschaffen (HR 10 januari 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2244, NJ 1999/286). Voor zover de notaris geen aantekeningen bijhoudt en bewaart van hetgeen hij in het kader van zijn voorlichtingsplicht met de betrokkene heeft besproken, kan dat ertoe leiden dat hij niet aan de zojuist genoemde motiveringsplicht kan voldoen, hetgeen dan voor zijn risico komt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7522932d9ce4e161a2b0eeb30fbdce1cbb91888deb17a0d79bddf5c5337e8cdb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7522932d9ce4e161a2b0eeb30fbdce1cbb91888deb17a0d79bddf5c5337e8cdb, en de alinea staat in dat document op bytes 19583 tot 20433.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7522932d9ce4e161a2b0eeb30fbdce1cbb91888deb17a0d79bddf5c5337e8cdb | shasum -a 256