Citaat | Hoge Raad 19 februari 2016
Onder 3.5.3 Hoge Raad 19 februari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:288.
[eiseres] heeft onder meer aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [betrokkene 5] en de notaris toerekenbaar zijn tekort geschoten of onrechtmatig hebben gehandeld door erflater niet op voormelde mogelijkheid te wijzen en evenmin te waarschuwen voor de gevolgen van het niet benutten daarvan (rov. 18 van het bestreden arrest). In het licht van de hiervoor in 3.4.1-3.4.2, respectievelijk 3.5.1 vermelde uitgangspunten en omstandigheden, vormt de overweging van het hof dat niet is komen vast te staan dat erflater de niet-opeisbaarheidsclausule van art. 4:82 BW in zijn testament heeft willen opnemen, een onvoldoende begrijpelijke weerlegging van die stelling. Indien erflater niet op de mogelijkheid van die clausule (en de gevolgen van het achterwege laten ervan) is gewezen, heeft hij zich over de wenselijkheid daarvan immers geen mening kunnen vormen. De hierop gerichte klachten van de onderdelen 2.1.2 en 2.1.3 zijn dan ook gegrond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7522932d9ce4e161a2b0eeb30fbdce1cbb91888deb17a0d79bddf5c5337e8cdb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7522932d9ce4e161a2b0eeb30fbdce1cbb91888deb17a0d79bddf5c5337e8cdb, en de alinea staat in dat document op bytes 21839 tot 22810.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7522932d9ce4e161a2b0eeb30fbdce1cbb91888deb17a0d79bddf5c5337e8cdb | shasum -a 256