Citaat | Hoge Raad 16 december 2016
Onder 12.46. Hoge Raad 16 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2884.
[eiser] en [betrokkene] hebben nog aangevoerd dat [verweerder] zelf had kunnen ontdekken dat de woning geen woonbestemming had. Dat moet volgens hen leiden tot de slotsom dat sprake is van eigen schuld ex artikel 6:101 BW en/of tot de constatering dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is het waardeverschil aan [verweerder] toe te wijzen. Het hof verwerpt die stelling en daarmee beide verweren. Zoals reeds in het tussenarrest van 17 december 2013 is overwogen, rustte op [betrokkene] een mededelingsplicht. Het hof is van oordeel dat die mededelingsplicht in dit geval gaat voor een onderzoeksplicht van [verweerder] en dat honoreren van het verweer van [eiser] en/of [betrokkene] ertoe zou leiden dat aan het uitgangspunt dat de mededelingsplicht vóór de onderzoeksplicht dient te gaan afbreuk zou worden gedaan, althans dat dan aan de onderzoeksplicht een te grote betekenis zou worden toegekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7f23af45a923b7408883ae3e7dd6e58b3563b0c2d31a744654508e9024181460. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7f23af45a923b7408883ae3e7dd6e58b3563b0c2d31a744654508e9024181460, en de alinea staat in dat document op bytes 14665 tot 15624.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7f23af45a923b7408883ae3e7dd6e58b3563b0c2d31a744654508e9024181460 | shasum -a 256