Citaat | Hoge Raad 16 december 2016
Onder 3.5.2 Hoge Raad 16 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2884.
Voor zover onderdeel I.2 is gericht tegen het oordeel van het hof (in de tweede alinea van rov. 5.10.4) dat [betrokkene] , gelet op haar wetenschap van de agrarische bestemming, aan [verweerder] c.s. behoorde te melden dat de woning een bestemming heeft die afbreuk kan doen aan het voorgenomen gebruik daarvan door [verweerder] c.s., slaagt het echter. Dat oordeel bouwt in zoverre immers voort op het onjuiste oordeel dat art. 7:15 BW van toepassing is. Na verwijzing zal dan ook zo nodig opnieuw, maar dan in het kader van art. 7:17 BW, moeten worden beoordeeld of op [betrokkene] ter zake van de agrarische bestemming een mededelingsplicht rustte. Voor die beoordeling kan – anders dan bij toepassing van art. 7:15 BW (welke bepaling immers een uitdrukkelijke aanvaarding van de bijzondere lasten en beperkingen door de koper vereist om aansprakelijkheid van de verkoper te voorkomen) – mede van belang zijn of [betrokkene] redelijkerwijs ervan uit mocht gaan dat [verweerder] c.s. ter zake zelf onderzoek zouden verrichten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7f23af45a923b7408883ae3e7dd6e58b3563b0c2d31a744654508e9024181460. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7f23af45a923b7408883ae3e7dd6e58b3563b0c2d31a744654508e9024181460, en de alinea staat in dat document op bytes 21005 tot 22051.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7f23af45a923b7408883ae3e7dd6e58b3563b0c2d31a744654508e9024181460 | shasum -a 256