Citaat | Hoge Raad 16 december 2016
Onder 3.2.2 Hoge Raad 16 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2888.
Uitsluitend eigendom die bestaat in verdiencapaciteit die besloten ligt in bestaande bedrijfsmiddelen en goodwill (zoals een klantenbestand) kan als eigendom in de zin van art. 1 EP worden aangemerkt. Toekomstige inkomsten die de nertsenhouders met deze middelen hopen te verwerven vallen niet onder de reikwijdte van art. 1 EP, omdat zich dan niet het geval voordoet dat deze inkomsten al zijn verdiend of dat daarop een rechtens afdwingbare aanspraak bestaat. De Wet tast niet de waarde aan van bij de Nertsenhouders aanwezige goodwill, nu zij niet of nauwelijks hebben onderbouwd waarin deze goodwill bestaat, anders dan door te verwijzen naar toekomstige inkomsten die niet door art. 1 EP worden beschermd. Het hof houdt derhalve in het kader van de toetsing aan art. 1 EP alleen rekening met eigendommen van de Nertsenhouders voor zover deze bestaan uit gronden, bedrijfsgebouwen, inventaris, voorraden pelzen en nertsen. (rov. 2.4–2.9)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a138e7bc7283f93a15f989aa65c0aa94452eb63e68997fc483c41d7ff3e0896. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a138e7bc7283f93a15f989aa65c0aa94452eb63e68997fc483c41d7ff3e0896, en de alinea staat in dat document op bytes 15612 tot 16569.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5a138e7bc7283f93a15f989aa65c0aa94452eb63e68997fc483c41d7ff3e0896 | shasum -a 256