Citaat | Hoge Raad 16 december 2016
Onder 3.3.2 Hoge Raad 16 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2888.
Ingevolge bestendige rechtspraak van het EHRM kan goodwill onder bepaalde omstandigheden weliswaar als eigendom in de zin van art. 1 EP worden beschouwd, maar kunnen toekomstige inkomsten alleen dan als zodanig worden aangemerkt wanneer zij reeds zijn verdiend of wanneer daarop een rechtens afdwingbare aanspraak bestaat (vgl. recent EHRM 21 april 2016, nr. 32913/03 (Topallay/Albanië), par. 88). Dat brengt met zich dat goodwill, dan wel de waarde van een onderneming niet als eigendom in de zin van art. 1 EP heeft te gelden indien het bestaan daarvan uitsluitend kan worden onderbouwd door verwijzing naar toekomstige inkomsten (zie EHRM 25 januari 2000, nr. 37683/97 (Ian Edgar (Liverpool) Ltd./Verenigd Koninkrijk) en EHRM 13 maart 2012, nr. 23780/08, ECLI:NL:XX:2012:BX1155 (Malik/Verenigd Koninkrijk)).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a138e7bc7283f93a15f989aa65c0aa94452eb63e68997fc483c41d7ff3e0896. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a138e7bc7283f93a15f989aa65c0aa94452eb63e68997fc483c41d7ff3e0896, en de alinea staat in dat document op bytes 22521 tot 23346.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5a138e7bc7283f93a15f989aa65c0aa94452eb63e68997fc483c41d7ff3e0896 | shasum -a 256