Citaat | Hoge Raad 16 december 2016

Onder 3.3.2 Hoge Raad 16 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2888.

In het licht van het voorgaande geeft het oordeel van het hof geen blijk van miskenning van de relevante rechtspraak van het EHRM omtrent de reikwijdte van art. 1 EP. Het hof heeft immers vastgesteld dat NFE c.s. de waarde of goodwill van hun ondernemingen vrijwel volledig, zo niet uitsluitend, baseren op de toekomstige inkomsten die zij na 15 januari 2013 hopen te generen (rov. 2.7), en niet op bestaande eigenschappen of verworvenheden (‘assets’) van hun ondernemingen, zoals een klantenbestand. In dit verband heeft het hof in aanmerking genomen dat namens NFE c.s. is verklaard dat 99% van de geproduceerde pelzen via de beurs wordt verkocht (rov. 2.8 en 3.11). Onderdeel 1.2.1 faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a138e7bc7283f93a15f989aa65c0aa94452eb63e68997fc483c41d7ff3e0896. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a138e7bc7283f93a15f989aa65c0aa94452eb63e68997fc483c41d7ff3e0896, en de alinea staat in dat document op bytes 24524 tot 25242.