Citaat | Hoge Raad 20 december 2016
Onder 2.2.2. Hoge Raad 20 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2889.
In dit licht moeten ook betrekkelijk algemeen geformuleerde beperkende overwegingen over een bepaald oplichtingsmiddel in de rechtspraak van de Hoge Raad worden begrepen. Zo heeft de Hoge Raad geoordeeld dat voor het aannemen van een samenweefsel van verdichtsels sprake moet zijn van "meer dan een enkele leugenachtige mededeling" en dat "het enkele huren van een woning en het vervolgens in gebreke blijven de huurpenningen te voldoen op zichzelf - ook indien de huurder al voorzag niet aan zijn betalingsverplichtingen te kunnen voldoen - niet oplevert het aannemen van een valse hoedanigheid noch een listige kunstgreep als bedoeld in art. 326 (...) Sr". Zie in dit verband ook het arrest waarin aan de orde was het oordeel van het hof dat de enkele omstandigheid dat de verdachte via een website goederen te koop aanbood en bestellingen en betalingen van kopers accepteerde in het besef dat hij niet (langer) aan zijn leverings- of restitutieverplichtingen kon voldoen, niet kan worden aangemerkt als het aannemen van een valse hoedanigheid van een "bonafide internetondernemer". In deze en vergelijkbare beslissingen komt tot uitdrukking dat niet in alle gevallen waarin sprake is van bedrog, het handelen van de verdachte ook kan worden aangemerkt als oplichting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2737dc2e9b7b17d08544a1d8ef3c4c2f90c2577a2f08e8e1d4ec7f4748b41e58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2737dc2e9b7b17d08544a1d8ef3c4c2f90c2577a2f08e8e1d4ec7f4748b41e58, en de alinea staat in dat document op bytes 10874 tot 12361.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2737dc2e9b7b17d08544a1d8ef3c4c2f90c2577a2f08e8e1d4ec7f4748b41e58 | shasum -a 256