Citaat | Hoge Raad 20 december 2016
Onder 2.2.3. Hoge Raad 20 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2907.
Zo al moet worden aangenomen dat de eerste slagen met een honkbalknuppel zijn voortgekomen uit een plotselinge opwelling of hevige gemoedsbeweging, geldt dat voor de rest van de avond, na het vertrek van [betrokkene 1] , in ieder geval niet meer. Uit de bewijsmiddelen blijkt immers dat het geweld enige tijd gestopt is op en na het moment dat [betrokkene 1] de woning verliet. Verdachte was bij dit afscheid aanwezig, zo blijkt uit haar verklaring afgelegd bij de politie. Verdachte heeft in de tussenliggende tijd voldoende gelegenheid gehad om te kalmeren, hetgeen ook blijkt uit de rustige wijze waarop bij het vertrek van [betrokkene 1] afscheid van elkaar is genomen. Daarna is verdachte een rondje gaan lopen met haar hondje en is het, toen zij daarna weer in de woning kwam, een uur rustig geweest, zodat het redelijk is om aan te nemen dat zij gebruik heeft gemaakt van deze gelegenheid om zich rekenschap te geven van de betekenis en gevolgen van haar handelen en dat van [medeverdachte] indien het eerder gepleegde geweld op dezelfde wijze zou worden voortgezet. Toch is vervolgens weer hevig geweld uitgeoefend tegen [slachtoffer] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5a16ece11b5d02df0bb984e07d052bac278494ad9c2d94422742bba585606ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5a16ece11b5d02df0bb984e07d052bac278494ad9c2d94422742bba585606ae, en de alinea staat in dat document op bytes 31884 tot 33041.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5a16ece11b5d02df0bb984e07d052bac278494ad9c2d94422742bba585606ae | shasum -a 256