Citaat | Hoge Raad 20 december 2016

Onder 2.2.2. Hoge Raad 20 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2907.

Ik laat mijn hondje hierna nog een keer uit. Ik denk dat dit om ongeveer 21:00 uur is geweest. Als ik terugkom zie ik dat [slachtoffer] in de hal ligt te snurken, wat hij vaker doet, en ik loop om hem heen. Ik ga zitten op de bank en zie dat er bloed onder zijn hoofd ligt. [slachtoffer] is zwaar gewond aan zijn achterhoofd. Ik denk: "Hoeveel bloed kan een mens verliezen". [slachtoffer] komt op eigen kracht omhoog. Nadat [slachtoffer] omhoog komt, slaat [medeverdachte] hem keihard in zijn nek. [slachtoffer] zegt: "Au, au". Hij valt voorover en krijgt wederom diverse schoppen en klappen met de knuppel. Dan draait hij zich om op zijn rug en krijgt hij van [medeverdachte] een trap in het gezicht. Op het moment dat [medeverdachte] en ik uit de woning vertrekken, ligt [slachtoffer] te snurken. [medeverdachte] en ik vertrekken in mijn autootje eerst richting de begraafplaats, waar wij de knuppel achterlaten. Na het bezoek aan de begraafplaats pin ik geld - ik heb op een bankafschrift gezien dat dit ongeveer om 22:40 uur was - en vervolgens gaan we naar café [A] . [medeverdachte] en ik keren ten slotte terug naar de woning en dan blijkt [slachtoffer] te zijn overleden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5a16ece11b5d02df0bb984e07d052bac278494ad9c2d94422742bba585606ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5a16ece11b5d02df0bb984e07d052bac278494ad9c2d94422742bba585606ae, en de alinea staat in dat document op bytes 14321 tot 15514.