Citaat | Hoge Raad 20 december 2016
Onder 2.2.3. Hoge Raad 20 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2911.
Op 7 april 2013 heeft de aangeefster aanvullend verklaard dat zij zich in de nacht van 4 op 5 april 2013 heel erg bedreigd heeft gevoeld. Verdachte heeft die nacht meerdere malen tegen haar gezegd dat hij haar zo kon vermoorden. Verdachte had waanideeën dat ze een andere man zou hebben en mishandelde haar die nacht heel erg. De aangeefster heeft verschillende malen tegen verdachte geroepen dat hij haar pijn deed. Dit drong niet tot verdachte door. Op een vraag van de verbalisant hoe lang de mishandelingen en de zedenfeiten bij elkaar geduurd hebben, heeft de aangeefster verklaard dat alles bij elkaar wel zo'n twee tot drie uur heeft geduurd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ed9ff2c793420c01470cf9628730f8f80ef5c6a89aeedb89f7fb5abc070a9e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ed9ff2c793420c01470cf9628730f8f80ef5c6a89aeedb89f7fb5abc070a9e9, en de alinea staat in dat document op bytes 17546 tot 18209.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ed9ff2c793420c01470cf9628730f8f80ef5c6a89aeedb89f7fb5abc070a9e9 | shasum -a 256