Citaat | Hoge Raad 20 december 2016

Onder 2.2.3. Hoge Raad 20 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2911.

De rechtbank is van oordeel dat uit voorgaande bewijsmiddelen volgt dat de verdachte de aangeefster in haar slaapkamer door geweld heeft gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen waaronder het seksueel binnendringen in haar lichaam. Dat er sprake is geweest van seksueel binnendringen met de penis en vingers van verdachte volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de verklaring van aangeefster. De verklaring van aangeefster als geheel wordt ondersteund door het aangetroffen letsel. Wat betreft het seksueel binnendringen kan weliswaar niet worden uitgesloten dat het DNA van verdachte in de vagina van aangeefster daar terecht is gekomen tijdens een seksueel contact vóór 5 april 2013, maar de verklaring van aangeefster op het punt van het binnendringen wordt ondersteund door het aantreffen van een tampon diep in de schede van aangeefster, welke tampon met een kogeltang moest worden verwijderd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ed9ff2c793420c01470cf9628730f8f80ef5c6a89aeedb89f7fb5abc070a9e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ed9ff2c793420c01470cf9628730f8f80ef5c6a89aeedb89f7fb5abc070a9e9, en de alinea staat in dat document op bytes 21507 tot 22436.