Citaat | Hoge Raad 20 december 2016
Onder 2.2.3. Hoge Raad 20 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2916.
Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep expliciet verklaard dat hij in januari 2012 het vermoeden had dat er iets gaande was en dat hij vermoedde dat het om drugs ging. Hij vertrouwde [betrokkene 1] niet meer en vond het niet prettig dat laatstgenoemde meermalen verschillende (Franstalige) personen mee naar zijn woning nam. Verdachte heeft daarom de sleutel aan [betrokkene 1] teruggevraagd, maar heeft daar uiteindelijk vanwege een dreigtelefoontje vanaf gezien. Nu hij tevens ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat hij blij was dat de politie op 21 juli 2012 zijn woning binnenviel 'zodat het op zou houden', acht het hof op grond van die omstandigheden aannemelijk dat verdachte ervan op de hoogte was dat druggerelateerde criminele praktijken in zijn woning plaatsvonden. Daarbij komt dat tijdens de inval er verdovende middelen in het zicht op de tafel en op de grond in de woonkamer lagen, terwijl verdachte daar volgens zijn verklaring televisie zat te kijken. Voorts zijn in de keuken en in de woonkamer een grote hoeveelheid goederen aangetroffen waarvan algemeen bekend is dat zij gebruikt worden bij de handel in (hard)drugs.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f62e8c31c217e2bc8a1ccaaf79a3fe5904331de6b278b6bf4478711d896ac45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f62e8c31c217e2bc8a1ccaaf79a3fe5904331de6b278b6bf4478711d896ac45, en de alinea staat in dat document op bytes 8619 tot 9797.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f62e8c31c217e2bc8a1ccaaf79a3fe5904331de6b278b6bf4478711d896ac45 | shasum -a 256