Citaat | Hoge Raad 19 februari 2016

Onder 3.3 Hoge Raad 19 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:293.

(c) De uitspraak van het Supreme Court van 9 juli 2013 dient op grond van art. 10:100 lid 1 BW te worden erkend. Daarmee staat vast dat [betrokkene 2] vanaf de geboorte van [verzoeker] zijn juridische vader is. Dit betekent echter niet dat [verzoeker] het Nederlanderschap heeft verkregen. [verzoeker] was ten tijde van de uitspraak meerderjarig. Het is in strijd met art. 4 lid 1 RWN – dat bij meerderjarigheid geen Nederlanderschap toelaat bij een (op verwekkerschap gebaseerde) gerechtelijke vaststelling van het vaderschap – om wel het Nederlanderschap toe te kennen bij een na het bereiken van de meerderjarigheid in het buitenland gerechtelijk vastgestelde familierechtelijke betrekking. (rov. 5.3)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cd656b631ea635ccdb993c37c87cfd9d962b84d2f0bbf635b2dbc7096e7ac79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cd656b631ea635ccdb993c37c87cfd9d962b84d2f0bbf635b2dbc7096e7ac79, en de alinea staat in dat document op bytes 11771 tot 12505.